Figuurlijk taalgebruik kan door mensen met een laag taalvaardigheidsniveau helemaal verkeerd begrepen worden. Ze nemen figuurlijk taalgebruik vaak letterlijk, waardoor de tekst een heel andere betekenis krijgt.
Bijvoorbeeld:
Aan de bel trekken. (Voor een belangrijk onderwerp aandacht vragen.)
De leraar aan zijn jasje trekken. (De leraar doen stilstaan om aan hem iets te zeggen of vragen.)
Iemand met een laag taalvaardigheidniveau kan denken dat er aan een echte bel of een jasje wordt getrokken.

